“Je moet een ploeteraar zijn en onzeker blijven”

550-self-portrait-erwin-olafErwin Olaf, conceptueel fotograaf, is geïnterviewd voor het boek “Het ei van Columbus” en we hebben hem als conceptdenker gevraagd naar zijn werkwijze om tot een goed concept te komen. Erwin Olaf werd geboren in Hilversum, volgde de school voor Journalistiek en richtte zich na zijn afstuderen op fotografie. Zijn handelsmerk is, het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken, taboes en burgerlijke conventies in een gestileerde omgeving, met prachtige scenario’s en een vlijmscherpe, conceptuele beeldspraak. Wil je weten wat zijn methode is, lees dan onderstaand artikel.

Waar komt je drive vandaan?
‘Ik denk vanuit een burgerlijke energie waarin je niet stil mag zitten. Andere fotografen hebben ook energie, maar bij mij is het anders. Ik ben al wat ouder. Ik behoor tot de “top of the wave” generatie. Nu heb je een miljoen fotografen, maar toen ik begon had je er vijfhonderd, of vijfduizend. Je moet talent hebben en tegelijkertijd boekhouder zijn. Je moet op tijd leven. Je kunt heel hip doen, er heel geweldig uitzien en een heel mooi glad praatje hebben, maar er moet ook gewoon goed werk geleverd worden. Aan een deadline hangt een bepaalde kwaliteit, die kwaliteit gecombineerd met het talent dat je hebt. Er zijn veel mensen met talent, maar je moet ook kunnen doorzetten. Op de eerste drie filmrolletjes die ik heb geschoten zaten denk ik tien goede foto’s. Daarna krijg je twee jaar meuk. Het werk was wel oké, maar het is werk dat je na vijf jaar zo in de prullenbak kan gooien.’

Jij zegt dus dat je moet doorzetten?
‘Dat zou je moeten doen, ja. Ik denk daarnaast ook dat je onzeker moet zijn. Je ziet zoveel mensen die getalenteerd zijn maar die zichzelf zó goed vinden. Op een gegeven moment krijg je dan ijdelheid voorgeschoteld. De laatste twee jaar heb ik wel wat zelfverzekerdheid gekregen, ook na de Johannes van Eer prijs. Maar nu word ik weer onzeker. Dan denk ik: “Ik moet niet te veel op mijn aura gaan rusten”. Mensen gaan dan van alles van je verwachten. Ik heb altijd het idee gehad dat ik veel weerstand opriep, vooral aan het begin. Dat komt ook van “top of the wave”, de tijd van de punk en de kraakbewegingen. Ik zat er nooit middenin, maar stond altijd aan de zijlijn. Ik was wel op de feestjes en heb ook half gekraakt, maar het gezag kwam daartussen. Ik vind het gedrag van het gezag (overheid en politie) zeer aanvaardbaar, maar heb me er toch tegen verzet. Het was toen toch in de mode, je wilde erbij horen. Na de seksuele revolutie kreeg je dan vrijheidsgevoelens. Veel mensen durven dat niet, omdat ze bang zijn dat het wordt afgekraakt. Mijn werk wordt altijd wel door een kleine groep van meet af aan goed gevonden. Ik ben begonnen als vrijwilliger van het COC. Het COC had een behoorlijk sterk verenigingsblad, CEC, en dat werd echt door veel mensen gelezen. Daardoor kreeg ik al heel snel erkenning. Zo ging ik voor andere alternatieve blaadjes werken en verdiende ik wat geld, wat ook een hele grote vorm van erkenning is.‘

Waar komt die passie vandaan?
‘Het is eigenlijk meer dat ik mij snel verveel. Ik moet zeggen dat ik werkeloos was. Het was begin jaren ‘80 en er was een enorme werkeloosheid. Ik kwam toen net van de School van Journalistiek af en was een bijzonder matig getalenteerde journalist. Ik had geen werk, tot groot verdriet van mijn ouders, maar ook van mijzelf. Terwijl het eigenlijk helemaal niet zo erg werd gevonden, omdat zoveel mensen werkloos waren. Ik heb me daar zelf altijd heel erg ongelukkig over gevoeld. Dat komt misschien ook door het gezin waar ik uit kom, want mijn ouders vonden het echt heel erg dat ik geen werk had.’

Kreeg je daarom die drive?
‘Ja, ik had gewoon die energie. Je moet niet alleen de boekhouder zijn die getalenteerd is, maar je moet ook een beetje dom zijn, een beetje een plaat voor je kop hebben. Soms moet het zo zijn dat je niet hoort dat er kritiek is, dat je niet door hebt dat mensen je stukken niet mooi vinden of dat je niet in de smaak valt. Je moet een soort dolle stier zijn, een soort drive hebben die je niet echt kunt benoemen.’

Hoe kwam je op het idee dat je meer een verhaal wilde vertellen?
‘Hans van Manen is daarin echt belangrijk geweest. Er zijn altijd personen in je leven die je een kans geven. Mijn oud-leraar, Dirk van der Spek, heeft mij aan het fotograferen gekregen. Hij is later uitgever geworden en vroeg aan mij of ik niet een boek wilde maken. Ik had toen al een klein boekje gemaakt, genaamd “Stadstoezicht”, dankzij Guus Luistens, die mij dan weer had gezien in het weekblad Panorama. Ik zei toen tegen Dirk van der Spek dat ik helemaal niet zo veel foto’s had voor een boek. In die week lag ik op een avond in bed te luisteren naar een radioprogramma waarin iemand heel bevlogen over schaken vertelde. Het was een “oorlogsspel”. Ik dacht: “Een oorlogsspel met 32 stukken?” Daar heb ik toen dus mijn eerste twee proeffoto’s over gemaakt.

Je hoort dingen en je combineert ze. Dat is een gave.
‘Mensen zeggen ook wel eens tegen mij dat ik alles op gehoor doe. Misschien is dat het talent, of die drive. Je hebt zoveel mensen met ideeën, maar ga het maar eens doen. Het uitvoeren is het moeilijkste, want dan gaat het handwerk gebeuren. Als het dan niet goed is uitgevoerd, ga het dan nog maar eens een keer doen. Het is nooit erg om een foto over te maken.’

Waarom is die drive van jou zo sterk om dat conceptmatige met dat verhaal te doen?
‘Ik heb dat met het project “Chessmen” gehad. Terugkijkend waren dat misschien te veel foto’s, maar ik kon daarmee wel een wereld creëren en jou als kijker meenemen in de wereld van dat moment. Ik werd daarin erg geïnspireerd door Joel-Peter Witkin. Als je denkt dat je iedere keer een uniek concept moet hebben, verschiet je enorm veel kruit. Je kunt beter je kruit een beetje droog houden, dus door een idee gedetailleerd uit te werken in verschillende foto’s.’

Hoe begin je zoiets en hoe ga je dan te werk?
‘Het is nu anders dan in 1988, nu gaat het gewoon. Ik was laatst bijvoorbeeld in Frankrijk en zag daar een opblaasdier in het zwembad liggen. Binnen drie seconden had ik het idee. Dit komt niet alleen door ervaring, maar ook omdat ik budgettair kan denken, omdat ik het zelf wil betalen. Ik weet ongeveer hoeveel ik uit kan geven. Ik ga het niet laten ‘sneeuwen’ zal ik maar zeggen. Dan ga ik naar de studio en dan gaan we het over het dier in het water hebben.’

Je foto’s lijken erg op schilderijen. Heb je daar een passie voor?
‘Ik haal veel inspiratie uit kunst. Ik ga vaak naar tentoonstellingen kijken. Als ik op vakantie ben of als er iets is, ga ik er vaak naartoe. Ik ga liever naar een museum dan naar een dierentuin. Maar ze lijken er ook weer niet echt op. Met Photoshop kan je kleine irritaties weghalen, maar ik ga er toch niet helemaal overheen. Ik vind licht het belangrijkst. 90% van de ideeën valt of staat met de uitwerking. In fotografie heeft uitwerking vaak als standpunt om kleuring en licht te maken, dat zijn de grondvoorwaarden. Als je kijk naar Rembrandt, die heeft ook schilderijen die helemaal donker zijn. Dus ik vind dat dat in foto’s ook kan.’

Waar raak je nog meer door geïnspireerd?
‘Door film, dat kan van alles zijn. Vroeger werd ik heel veel geïnspireerd door de Italiaanse Cinema. Ik vind Tim Burten heel erg interessant, maar dat geeft niet gelijk inspiratie, dat entertaint me alleen heel erg. Daarnaast vind ik schilderijen van Rembrandt, Rubens of een bezoek aan het Louvre fantastisch. Dat kan mij heel erg inspireren. Richard Avedon en Mapplethorpe zijn de absolute top. Dan denk ik, dat is het, daar wil ik graag komen. Mijn inspiratie ligt het meest bij de schilderkunst. Als ik bloemen zie, of een Vermeer. En om even Nederlandse schilders te noemen zoals Dick Ket en Jan Mankens, dat zijn echte Hollanders. Zij zijn heel goed in het schilderen van mensen in een grote simpelheid.’

Voor het volledige interview met Erwin en andere denkers als: Frank Tjepkema, Daan Roosegaarde, Rob Wagemans, Erik Kessels en Jan Jansen word je lid van Het ei van Columbus. Hier vind je de methode om tot een goed concept te komen! Registreer en je kunt meelezen, de methode testen en je ervaringen delen! Lees hier het complete interview!

This entry was posted in Boeken/artikelen, Brainstorm, Disruptief, Dutchlabel, Fenomenale concepten, Innovatie, Methode conceptdenken and tagged , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.
US
Add Comment Register

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *


*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Comment Spam Protection by WP-SpamFree