“Buiten de leest gaan doet niemand”

Schermafbeelding 2015-10-12 om 11.28.14
Jan Jansen is geïnterviewd voor het boek “Het ei van Columbus”, en we hebben hem als conceptdenker gevraagd naar zijn werkwijze om tot een goed concept te komen.
Wil je weten wat zijn methode is, lees dan onderstaand artikel.

Waar begin je mee?
Ik begin met het tekenen van een leest waarop ik op dat moment geïnspireerd raak. Ik pak de leest en ga daar drie modellen op tekenen. Je moet op schoenen kunnen lopen. Hoe hoog of hoe laag ze ook zijn. Ik probeer ze zo comfortabel mogelijk te maken. Dat is mijn uitgangspunt. Zelfs deze schoen met hoge hakken. Hier zit echt schuim in. Mensen die daarop hebben gelopen, zeggen dat het geweldig zit voor zo’n hoge hak. Ik wil een vrouw zoveel mogelijk behagen. Ik begin bij de leest en een hak. Dus ik maak eerst een leest met het onderwerk. Dat noemen ze de constructie. Daarbovenop komen de patronen, dan wordt de schoen gesneden, gestikt en gemaakt uit afvalleer. Ik laat hem dan door drie voeten passen. Een op Tonny, mijn vrouw, op haar zuster en op een vertegenwoordigster die wij hebben. Die hebben alle drie maat 38. Als ik een nieuwe leest heb kan ik corrigeren. Nieuwe prototypes maken, weer passen en vragen of ze goed passen. We doen het zo want het kan niet voor iedereen goed zijn. Alle voeten zijn verschillend.

Ik ontwikkel zo’n 10 leesten. De research doe ik samen met Tonny. Ik ga rondkijken op beurzen welke leersoorten er zijn. Dan ga ik nadenken over de modellen. Ik maak overzichten met modellen en dan worden de kleurcombinaties erbij ingeschreven. Nummer 1 is rood, nummer 2 is groen.

Hoeveel kleurmodellen ontwikkel je?
80 tot 100, dan wordt er geselecteerd en komen we uit op een stuk of 60. Dat doe ik in mijn eentje. Ik heb dat mijn leven lang 50 jaar alleen gedaan. Er is nu een assistente bij, die ben ik aan het inwerken en die komt er langzamerhand bij. Zij heeft nu enkele modellen gemaakt. Maar ik heb het tot nu toe alleen gedaan.

Waar komen de ideeën vandaan?
Die komen uit de kosmos. Ik sta ’s morgens op en dan denk ik: ik ga nou eens even hoge hakken maken. Maar hoger dan gister, of nog lekkerder, of nog mooier of nog sexier. Het is silhouetten, leesten en hakken maken. Dan komen nieuwe silhouetten tevoorschijn. Wat mij het meest inspireert zijn vrouwengesprekken. Als iemand bijvoorbeeld zeg dat hij morgen naar Miami gaat met vakantie, dan denk ik: wat doe je dan aan? Wat voor schoenen neem je mee? Dan teken ik daar wat voor in mijn volgende collectie.

Hoe komt een schoen tot stand?
Ik heb er veel aan gehad dat ik schoenenmaker ben geweest. Ik heb schoenen met de hand leren maken in Rome. Dat heb ik tegen wil en dank gedaan, omdat ze mijn ontwerpen gingen veranderen toen ik stage liep in een Nederlandse fabriek. Toen dacht ik: “Als jullie het niet willen maken zoals ik het wil, dan ga ik het zelf doen.” Dat heb ik gedaan. Dus ik wilde eigenlijk helemaal niet zelf schoenen maken. Ik had veel liever dat een schoenmaker mijn ontwerpen zou uitvoeren. Die vond ik niet, daarom ben ik het noodgedwongen zelf gaan doen. Ik heb alles geleerd: snijden, stikken, patronen maken, hakken maken, leesten maken. Ik kan alles. Ik kan een hele schoen maken.

Ik heb heel erg veel profijt gehad van het feit dat ik technisch geschoold ben. Daardoor kan ik alles maken wat ik wil. Veel schoenen passen bijvoorbeeld niet perfect. Ze zitten te smal of te breed. Toen heb ik de “Tutti Piedi” schoen bedacht, daar kan elke voet in. Als je hele smalle voeten hebt dan trek je het bij elkaar en als je brede voeten hebt dan staat de schoen een stuk open.

Waar komt de liefde voor schoenen vandaan?
Ik ben katholiek opgevoed. Op mijn zesde deed ik mijn communie en kreeg ik op mijn verjaardag twee paar schoenen van mijn vader. Één paar witte kalfsleren schoenen en één paar zwarte lakschoenen. Een paar was voor in de kerk en de ander voor het diner. Ik vond die schoenen verschrikkelijk. Die waren keihard en niet te buigen. Ik zei toen al tegen mijn vader, waarom maken jullie ze niet wat soepeler? Wat leuker? Want mijn vader was verkoper van schoenen. Toen zei mijn vader: “Een kind wordt zo geboren en daar wordt niet aan gesleuteld. Die leest is goed zo en als jij daar later iets aan wil doen, dan moet je dat maar doen voor damesschoenen. Daar zit mode in en niet in kinderschoenen.” Ik heb een fantastische jeugd gehad en mijn vader heeft mij ontzettend gestimuleerd. Hij heeft stageplaatsen voor me gezocht. Zo ben ik er in gerold.

Hoe komt het dat jouw schoenen anders zijn dan het aanbod in de winkels?
De meeste fabrikanten en importeurs kijken naar marketingrapporten en trends. Ik ben daar wars van. Ik maak wat ik leuk vind. En ik vind het niet erg om op mijn bek te gaan. Ik heb niets te verliezen, want ik heb een heel klein bedrijfje. Stel je voor dat je Prada of Gucci bent en je gaat de hele collectie doen met bamboezolen, zonder enkele trendindicatie. Dat is een veel te groot risico. Ik neem die risico’s wel. Gaat het niet, pech gehad. Doe ik weer wat anders.

Wat was je drive?
Meer het functionele denk ik, het lekker zitten van schoenen. En dan leuk. Zo leuk mogelijk en dan zo lekker mogelijk zitten. Vroeger zeiden ze: als je mooi wil zijn moet je pijn leiden. Ik had een keer een van die sterren als klant. “Die schoen met die allerhoogste hak die neem ik”, schreeuwde ze. “Ik zeg moet je ze niet eerst even proberen?” “Nee”, zei ze, dus ik vroeg: “Hoe weet je dan dat ze lekker zitten?” “Nou dat kan me niet schelen. Ik neem altijd twee paracetamolletjes voordat ik uitga.” Dat had ik nog nooit gehoord. Dat zou ik niet doen.

Heb je ook een bepaalde inspiratiebron?
Ja, Dali. Knettergek was hij. Die heeft ook dingen gemaakt die nooit iemand anders heeft gedaan. Een sieraad van een hart dat klopt. Fenomenaal. Die vent was zo goed. De lippenschoen die ik heb gemaakt is geïnspireerd door de lippenbank van May West die Dali heeft gemaakt. Dat vind ik fantastisch bedacht van hem, hoe kom je erop.

Wie inspireert jou nog meer?
Swip Stolk, omdat hij een geweldig inzicht heeft. Hij is grafisch ontwerper en heeft al mijn logo’s gemaakt. En ook mijn winkels ingericht. Toen ik in 2001 een tentoonstelling in Den Haag had, heeft hij dat zo ingericht dat hij zei: “Ik heb één vitrine en daar komt één schoen in”. Ik was het daar in eerste instantie niet mee eens, omdat ik vijf paar schoenen had die als een setje bij elkaar hoorde. Achteraf heeft hij helemaal gelijk gehad.

Het complete interview vind je op heteivancolumbus.net. Ook vind je hier interviews met andere denkers, zoals: Erik Kessels, Frank Tjepkema, Daan Roosegraade en Rob Wagemans. Nieuwsgierig naar de beste methode tot een goed concept? Schrijf je in op het forum, lees mee, test de methode en deel je ervaringen! Lees hier het complete interview.

 

 

 

 

This entry was posted in Boeken/artikelen, Dutchlabel, Fenomenale concepten, Innovatie, Methode conceptdenken and tagged , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.
US
Add Comment Register

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *


*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Comment Spam Protection by WP-SpamFree