“De wereld heeft een update nodig”

Interview met ontwerper Daan Roosegaarde

Daan Roosegaarde, geboren in Nieuwkoop, is kunstenaar en entrepreneur. Wat hem drijft is de vraag hoe je kunst en technologie kunt inzetten om de relatie van de mens tot zijn omgeving te versterken. Deze pionier ontwierp onder meer het lichtlandschap ‘Dune’, de transparante jurk Intimacy en in samenwerking met wegenbouwer Heijmans ontwikkelt hij Smart Highway, een slimme interactieve snelweg. Roosegaarde valt regelmatig in de prijzen, zoals de Dutch Design Award (2009), de Design for Asia Award (2011) en de Charlotte Köhler Prijs voor beeldende kunst (2012).

Wat is eigenlijk een concept?
Een concept toont aan dat realiteit eigenlijk vloeibaar is. Een concept hackt of transformeert de context en de omgeving. Hacken is begrijpen, is analyseren en er dan één klein dingetje aan veranderen zodat de rest ook allemaal verandert en waarin ik ook verander. Ik verander, maar dat veranderen maakt ook weer mij, daar zit een wisselwerking in. Ik maak dingen, maar dat maakt ook weer mij en daarin ontstaat de rare hybride toestand van controle. Natuurlijk ben ik nog steeds de regisseur met quality-check en ben ik een freak over de details en dat soort dingen. Maar tegelijkertijd gebeuren er dingen die je nooit van tevoren had kunnen bedenken en dat maakt het zo gaaf. In het maakproces zelf gebeuren die dingen al. Er zit een soort smaak in je mond waarvan je de ingrediënten nog niet weet. Dus je weet dat je een oven hebt, maar of het nou een pizza of een pannenkoek wordt, dat weet je niet. En voor hoeveel mensen en hoe vaak, dat traject is creativiteit. Je gaat heel erg op zoek: je hebt dat idee, maar dat doe je niet alleen, je wilt iets uitlokken.

Wat houdt conceptdenken volgens jou in?
Gevoelsmatig is conceptdenken dat je naar iets kijkt en dat je voelt dat er een andere soort potentie in zit dan wat het nu is. Dat is een soort gewaarwording. Dat is die smaak in je mond en dan ga je al je tijd, liefde, geld en energie erin steken om dat te verwezenlijken.

Waarom is het belangrijk?
De wereld heeft een update nodig. We hebben te lang in de copy+paste mentaliteit gezeten. Copy+paste moet copy+more worden. Het gaat om nieuwe verbindingen uitlokken, om nieuwe missing links te maken. Die componenten zijn er allemaal wel, het gaat erom om van hoe je daar een nieuwe verhouding aan geeft.

Waarom moeten we de wereld updaten volgens jou?
Omdat die aardig kapot is.

Hoe komt het dat Nederlandse ontwerpers vaak conceptueel zijn van insteek?
De relatie tussen mensen en machine, daar heb je verschillende scenario’s in. De een gaat over bevrijding en de ander over controle. Ik denk dat de rol van de conceptdenker is om met voorstellen te komen hoe die nieuwe wereld eruit moet komen te zien. Nederlanders leven onder zeeniveau, waardoor we al die rare relatie met natuur en techniek hebben. Letterlijk door watertechniek overleven we. Dus we zijn heel erg gewend om onze wereld te persoonlijken door dingen te maken, omdat er eigenlijk niks was. Maar ik denk dat dat er bij iedereen in zit. Daarnaast vind ik Nederland heel entrepreneurachtig.

Hoe kom je op ideeën?
Door om me heen te kijken en me te verbazen en me te verwonderen over de dingen die ik zie. Het is een persoonlijke ervaring: je kijkt naar die wereld om je heen, je ziet dat bepaalde dingen niet werken en tegelijkertijd heb je dat idee dat je dingen maakt die je wil verbeteren of wil persoonlijken. Als ik een idee heb, ga ik eerst zelf brainstormen. Je gaat het je eerst verbeelden, vervolgens ga je schetsen maken of tekenen. Je verbeeldt hoe je idee er uit gaat zien, wat het moet doen en wat het gedrag moet zijn. Dat is het begin van een gedachte en dus eigenlijk al het begin van een concept.

En wat maakt een concept een goed concept?
Een goed concept heeft consequenties en dat vind ik gaaf. Het heeft consequenties, omdat het nooit vrijblijvend is. Daarnaast lokt een goed concept dingen uit. Je gaat een soort proces aan waarin jij dingen maakt, maar dat maken maakt ook weer jou. Het gaat over die soft en hard ‘capital’. Dus die harde wereld van technologie en van economie en de soft ‘capital’ van emoties, van belevingen en van verbeeldingen. Een goed concept verbindt ook die werelden met elkaar. En dat zie je bij ons ook vanaf dag één, alles wat we deden, altijd ging het over die ene kant, over de entrepreneur, over de technologie, hightech. Maar tegelijkertijd ook altijd over die andere kant, dat menselijke, die ervaringen, dat softe. Alle projecten hebben dat allebei in zich, die elementen. Ze hebben allemaal dat ‘something-old, something-new, something-borrowed, something-blue verhaal’ in zich. Ze plukken ook allemaal dingen van verschillende werelden en je gaat op zoek naar nieuwe hybride, naar symbiose ook. Eveneens is er sprake van een ‘cultural change’, net zoals tien jaar geleden. Als je eerst een Hummer had, dan was dat nog cool. Maar als je nu je een Hummer hebt, ben je gewoon een loser. Die verandering van denken vind ik fascinerend. Dat wat we natuurlijk en onnatuurlijk vinden. Dat is eigenlijk iets heel dynamisch. De eerste persoon die op een roltrap stapte, die werd misselijk, die moest overgeven. Want opeens bewoog de wereld en dat was men niet gewend. Als we nu op een roltrap staan en hij werkt niet, dan krijgen we dat rare gevoel in onze benen. Dus die perceptie van wat kan en wat niet kan is vloeibaar.

Hoe ga je te werk?
Als ik een idee heb, ga ik eerst zelf brainstormen. Je gaat het je eerst verbeelden, vervolgens ga je tekenen of schetsen. Je pakt een illustrator erbij, hoe dat er uit gaat zien, wat het moet doen of wat het gedrag moet zijn. Als ik een idee krijg over veranderingen, denk ik dat het belangrijk is. Vervolgens heb ik gesprekken met mijn eigen team en ga ik met hen brainstormen. Van tevoren heb ik al een aantal stippellijntjes op papier gezet waar ik begin en welke combinaties ik wil leggen. Daarna omschrijf ik een protocol, een kader of frame, een soort focuspunt op de horizon. Bijvoorbeeld met de Smart Highway. Ik reed over de snelweg en ik vond dat er iets mee moest gebeuren. Ik vroeg me af waarom de focus altijd op de auto zelf ligt in plaats van het landschap eromheen. Dat gaat nu veranderen. Dus dan krijg ik een idee over hoe ik die snelweg kan updaten en ga ik dat eerst zelf uitwerken. Vervolgens ga ik met een team rond de tafel om met hen verder te brainstormen. Voor Smart Highway zijn 22 ideeën ontstaan waarvan we er zes hebben uitgewerkt, om het behapbaar te houden, die de komende drie tot vijf jaar worden toegepast. Je moet een soort haalbaarheid hebben.

Zit daar een specifieke methode achter?
Ik heb mensen nodig die links kunnen leggen tussen de ideeën. Ik creëer een situatie waarin dingen gebeuren en soms komt er een heel goed idee van een stagiaire of van iemand die al acht jaar bij ons werkt, dus dat is helemaal niet zo hiërarchisch. Maar ik creëer wel een context waarin dat gebeurt. Maar hoe het dan gebeurt en wat er dan gebeurt, dat is teamplay.

Wie of wat inspireert jou?
Ik kijk naar plekken, niet naar mensen. Ik raak geïnspireerd door plekken. Als ik echt op een plek ben, zoals Singapore of Aruba, dan voel ik de ideeën in mij opkomen. Ik spreek wel mensen op die plekken, maar het is de plek zelf die mij inspireert.

Wat zijn de randvoorwaarden voor het ontwikkelen van een goed concept?
Een goed en compact team om je heen hebben is de sleutel. Het liefst had ik gewoon een 3D-printer op mijn bureau ingeplugd, zodat alles wat ik bedenk ook gelijk gerealiseerd kan worden. Maar aan de andere kant vind ik dat proces ook weer heerlijk, omdat dat het leven toelaat en het relevanter maakt. Ik kan dat idee, het concept ook niet claimen. Ik kan wel het traject perfectioneren en toe-eigenen. Ik heb sterk het gevoel dat ik ergens naar toe ga, maar dat ik nog niet weet waar ik eindig. We hebben geen ontwerpers en designers meer nodig, we hebben hervormers nodig. Daarnaast moeten we ook nieuwe relaties uitlokken.

Hoe ben jij een conceptdenker geworden?
Ik zie mezelf als half dominee, half entrepreneur. Dat wil zeggen: Ik heb een idee en een visie en die wil ik graag delen met anderen. Daarnaast wil ik ook bouwen, dingen realiseren. Tijdens het derde jaar op de AKI voerde ik al een BTW-nummer op, zodat ik 19% kon terugkrijgen. Dat werd toen gezien als dansen met de duivel. Terwijl ik zoiets had, dat ik gewoon 19% meer kunst kan maken. Wat maakt het nou uit of ik geld van de overheid krijg of oude vrouwtjes overval op zondagavond of een BTW-nummer aanvraag? Dat maakt me helemaal niet uit, zolang ik dat ding maar kan bouwen.

Wat maakt jou conceptueler dan anderen?
Het heeft te maken met een stuk passie en een stuk overtuiging. Ik wil graag de wereld een update geven en nieuwe verhalen uitlokken. Ik wil echt iets veranderen – iets betekenen. Het gaat verder dan alleen een belofte en het is meer dan bij de no-nonsense bouwer die het woord kunstwerk relateert aan betonnen bruggen.

Wat heeft jouw conceptdenken voor invloed op anderen?
Na mijn Smart Highway kan ik opeens mensen overtuigen om twee jaar lang tijd en energie te steken in een proces waarin de glow-in-the-dark verf DNA-technisch wordt doorontwikkeld zodat we rozen kunnen ontwikkelen die overdag opladen en ‘s avonds licht geven. Zodat we straks letterlijk een digitale rozengaarde langs de snelweg hebben. Dat men over vijf jaar rozen gaat exporteren en dat ze toch maar niet die asfaltfabriek hadden moeten kopen. En als ik dat vertel, zijn mensen altijd even twee drie seconden stil. Maar, ik leer ook van hen. Ik probeer een interactie uit te lokken, want zij inspireren mij ook.

Hoe werk je een concept verder uit?
Ik geef weer hoe mijn idee er uit gaat zien. Het basisidee is er dan al, maar of het een pizza Hawai’i is of er ansjovis op die pizza ligt, dat wordt dan belangrijk. Het oorspronkelijke idee komt voort uit alle gesprekken die ik met mensen uit mijn team heb. Je merkt dat de wereld een bepaalde kant op gaat. Bij Smart Highway, kom je bijvoorbeeld dingen tegen als interacted fashion en mobiliteit. Ik denk dat gebruik veel belangrijker is dan bezit, dus laten we nou ophouden te focussen op het object de auto en meer op het landschap, de weg. En dan ga je nadenken van: wat nou als een snelweg een eigen gedrag heeft? En wat zou dat moeten zijn?

Hoe ziet het team eruit waarmee je werkt?
Ik heb mensen die over de software en elektronica gaan, verder ontwerpers en extra architecten. Het is niet dat ik de conceptdenker ben met de creatieve achtergrond en dat de anderen meer technische vertalers zijn. Het loopt meer door elkaar heen. Ik creëer een situatie waarin dingen gebeuren en soms komt er een heel goed idee van een stagiaire of van iemand die al acht jaar bij ons werkt. Het is helemaal niet zo hiërarchisch. Daarnaast beschik je over een enorme hoeveelheid kennis met zo’n team. Ik creëer een context maar de verdere invulling is teamplay.

Hoe zie jij de toekomst als het gaat om conceptdenken?
Ik denk dat de relatie tussen mens en machine, waar Leonardo Da Vinci en George Orwell het natuurlijk al veel eerder over gehad hebben, erg belangrijk wordt. We zitten daar nu middenin. Het glas weet bijvoorbeeld zelf wanneer deze leeg is en geeft het door aan de bartender. De wereld om ons heen krijgt een eigen willetje. Je hebt het nu al. Facebook wil iets van je en vraagt ook aan je: hoe gaat het met je? Waar ben je mee bezig? Objecten krijgen gedrag en dat is iets geheel nieuws. Daarbij is het de rol van de conceptdenker, de ontwerper, de architect of de kunstenaar om met voorstellen te komen over hoe die nieuwe wereld met nieuwe technieken er uit moet zien.

This entry was posted in Boeken/artikelen. Bookmark the permalink.
US

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

WP-SpamFree by Pole Position Marketing