Buiten de leest gaan doet niemand

Interview met Jan Jansen

Jan Jansen is een van de bekendste Nederlandse schoenontwerpers. De schoenen van Jan Jansen staan bekend om de zuiver op elkaar afgestemde vorm, lijnvoering, materiaalgebruik en afwerking. De schoen straalt een bepaalde spanning uit, een afwijkende vorm of onverwachte textuur. De samenhang tussen leest, zool en hak uit zich altijd op een nieuwe originele manier.

Waarom zijn Nederlanders zo vrij in ontwerpen?
Dat komt omdat we zo klein zijn. Karel Appel zei ooit: “Ik rotzooi maar wat aan”. Dat vind ik een hele goeie uitspraak. Ik denk dat hij dat ook heel serieus heeft gemeend. Wij zijn veel vrijer, ook in de mode.

Wat doen Nederlanders dan wel?
Die dragen een broek van het Waterlooplein en een tweedehands overhemd met een duur jasje van Dolce & Gabbana. Ze laten zich niet leiden door de gevestigde orde.

Waar begin je mee?
Ik begin met het tekenen van een leest waarop ik op dat moment geïnspireerd raak. Ik pak de leest en ga daar drie modellen op tekenen. Je moet op schoenen kunnen lopen. Hoe hoog ze ook zijn en hoe laag ze ook zijn. Ik probeer ze zo comfortabel mogelijk te maken. Dat is mijn uitgangspunt. Dus ik maak eerst een leest met het onderwerk. Dat noemen ze de constructie. Daarbovenop komen de patronen, dan wordt de schoen gesneden, gestikt en gemaakt uit afvalleer. Ik laat hem dan door drie voeten passen. Een op Tonny, mijn vrouw, op haar zuster en op een vertegenwoordigster die wij hebben. Als ik een nieuwe leest heb kan ik corrigeren. Nieuwe prototypes maken, weer passen en vragen of ze goed passen. We doen het zo want het kan niet voor iedereen goed zijn. Alle voeten zijn verschillend. Ik ontwikkel zo’n 10 leesten.

Hoeveel kleurmodellen ontwikkel je?
80 tot 100, dan wordt er geselecteerd en komen we uit op een stuk op 60. Dat doe ik in mijn eentje. Ik heb dat mijn leven lang 50 jaar alleen gedaan.

Waar komen de ideeën vandaan?
Die komen uit de kosmos. Ik sta ’s morgens op en dan denk ik: ik ga nou eens even hoge hakken maken. Maar hoger dan gister, of nog lekkerder, of nog mooier of nog sexyer. Het is silhouetten, leesten en hakken maken. Dan komen nieuwe silhouetten tevoorschijn. Wat mij het meest inspireert zijn vrouwengesprekken.

Hoe komt een schoen tot stand?
Ik heb er veel aan gehad dat ik schoenenmaker ben geweest. Ik heb schoenen met de hand leren maken in Rome. Ik heb alles geleerd: snijden, stikken, patronen maken, hakken maken, leesten maken. Ik kan alles. Ik kan een hele schoen maken. Ik heb heel erg veel profijt gehad van het feit dat ik technisch geschoold ben. Daardoor kan ik alles maken wat ik wil. Veel schoenen passen bijvoorbeeld niet perfect. Ze zitten te smal of te breed. Toen heb ik de “Tutti Piedi” schoen bedacht, daar kan elke voet in. Als je hele smalle voeten hebt dan trek je het bij elkaar en als je brede voeten hebt dan staat de schoen een stuk open.

En waarom bedacht je die schoen?
Omdat ik hoorde: “Die schoenen zijn altijd smal” of “die schoenen zijn altijd te breed.”

Ben jij een perfectionist?
Behoorlijk ja.

Je geeft nooit op?
Nee inderdaad, je wil niet weten hoeveel proeven ik heb gemaakt. Als het na de tiende keer nog niet goed is, dan lukt het de elfde keer wel.

Waar komt de liefde voor schoenen vandaan?
Ik ben katholiek opgevoed. Op mijn zesde deed ik mijn communie en kreeg ik op mijn verjaardag twee paar schoenen van mijn vader. Eén paar witte kalfsleren schoenen en één paar zwarte lakschoenen. Eén paar was voor in de kerk en de ander voor het diner. Ik vond die schoenen verschrikkelijk. Die waren zo keihard en niet te buigen. Ik zei toen al tegen mijn vader, waarom maken jullie ze niet wat soepeler? Wat leuker? Want mijn vader was verkoper van schoenen. Ik heb een fantastische jeugd gehad en mijn vader heeft mij ontzettend gestimuleerd. Hij heeft stageplaatsen voor me gezocht. Zo ben ik er in gerold.

Hoe komt het dat jouw schoenen anders zijn dan het aanbod in de winkels?
De meeste fabrikanten en importeurs kijken naar marketingrapporten en trends. Ik ben daar wars van. Ik maak wat ik leuk vind. En ik vind het niet erg om op mijn bek te gaan. Ik heb niets te verliezen, want ik heb een heel klein bedrijfje. Ik neem die risico’s. Gaat het niet, pech gehad. Doe ik weer wat anders.

Hoe kwam je op de bamboeschoen?
Ik had houten klompjes gemaakt. En toen kreeg ik reacties dat ik dat goed had gezien, omdat het precies bij de minirokken paste. Ik weet helemaal niets van minirokken af. Ik heb gewoon gedaan wat me ingegeven werd en het was raak. En daarna nog een paar keer. Ik had in 1973 ongeveer de eerste plateaus. Je kon nergens plateaus krijgen. Daarna zei de kunstverzamelaar Frits Becht tegen me dat het tijd werd om naar het buitenland te gaan. Ik zei dat ik daar helemaal geen geld voor had. Frits Becht zei: “Ik leen je geld. Hoeveel moet je hebben?” Ik dacht aan monsters maken, hotelverblijf, heenreis, en eten en zei 10.000 gulden. Hij zei: “Daar kom je er niet mee. Ik geef je 20.000 gulden.” Ik dacht mijn god, waar gaat dit allemaal eindigen? Die man heeft me dat geld geleend, ik moet nu echt iets neerzetten want waar heeft die man anders dat geld in gestoken. Drie weken later zat ik op een bamboestoel en dacht: verrek zo’n strandstoel is hetzelfde als een schoen. Daar kan ik ook een zool van maken. Toen ben ik met de bamboeschoen begonnen.

Hoe kan het dan dat anderen in jouw tijd niet zo’n bijzondere schoenen maakten?
Ik kende geen faalangst en had er lak aan wat anderen dachten. Net als Karel Appel. Ik rotzooi maar wat aan.

Had je dat verwacht?
Je verwacht niets. Misschien zegt iedereen wel: “Goh, wat een flauwekul.” Toen kwamen ook fabrikanten naar me toe. Een man van een hele grote fabriek die zei dat het niet commercieel genoeg was. Hij zegt: “Dit is niet te verkopen, maar als je dat kunt bedenken dan kun je ook wel iets eenvoudigs bedenken.” Dat was de start voor mij als freelancer. Ik heb het altijd met mijn eigen collectie gedaan.

Wat was je drive? Wilde je die saaie schoenen waar iedereen mee loopt anders maken?
Meer het functionele denk ik, het lekker zitten van schoenen. En dan leuk. Zo leuk mogelijk en dan zo lekker mogelijk zitten.

Is het niet een drive om elke keer aan te tonen dat het toch anders kan?
Ja, maar ik ben een ouderwetse ontwerper en kunstenaar. Ik doe alles met de hand. Ik doe niks op de computer. Alle patronen teken ik met de hand en het is niet allemaal onderzocht. En mijn drive is elke dag nieuwe schoenen maken.

Waardoor word je geïnspireerd?
Dat kan door van alles zijn. Door vlammen in een open haard. Dan denk ik, dat is misschien wel wat. En door mijn vrouw Tonny. Tonny leest veel bladen en laat me dingen zien. Als Tonny er niet was geweest, dan had ik hier niet gezeten. Zij is mijn inspiratiebron.

Bezoeken jullie ook beurzen?
Er is een grote leerbeurs in Bologna, twee keer per jaar. Daar moet je naartoe. Die beurs is vijf keer groter dan de RAI. Dan kom je met een hele koffer vol staaltjes leer terug. En dan gaan we het samen bekijken. Twee keer per jaar gaan we naar de Premier Class. Dat is een accessoires beurs en daar koopt Tonny voor de winkel sokken, hoedjes en sjaaltjes in.

Heb je ook een bepaalde inspiratiebron?
Ja, Dali. Knettergek was hij. Die heeft ook dingen gemaakt die nooit iemand anders heeft gedaan. Een sieraad van een hart dat klopt. Fenomenaal. Die vent was zo goed.

Wie inspireert jou nog meer?
Swip Stolk, omdat hij een geweldig inzicht heeft. Hij is grafisch ontwerper en heeft al mijn logo’s gemaakt. En ook mijn winkels ingericht. Ik word ook behoorlijk geïnspireerd door mijn zoon, die is architect en illustrator. Wij gaan nu een paar nieuwe winkels openen en hij is daar art director van geworden. De investeerders wilden in eerste instantie alle winkels dezelfde look geven. Mijn zoon was het daar niet mee eens en suggereerde allemaal verschillende concepten als zijnde verschillende kamers van het huis van Jan Jansen. Zo is er een zwembad, een tuin en een balzaal. De winkels zijn dus een concept in een concept.

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.
US

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

WP-SpamFree by Pole Position Marketing